Trouwen of toch niet ?

Geplaatst op 12 juni 2020

Liefde zakelijk bekeken…
Af en toe krijgen we in ons beroep wel eens gekke vragen. Soms gaat het over excessen (kan ik een Ferrari kopen op de vennootschap om mijn winst weg te werken, of een helikopter – het zou dan wel een tweedehandse worden, of mag ik een zwembad aanleggen op kosten van de vennootschap, …), maar andere keren zit er toch iets meer achter en zijn die vragen helemaal niet zo gek. Zo kregen we recent de vraag van een jonge ondernemer of trouwen fiscaal interessant was of niet. Wij zijn geen relatietherapeut, dus gaven we maar wat zakelijk advies…


Personenbelasting
Een eerste verschil zit in de personenbelasting: niet gehuwden (en feitelijk samenwonenden) dienen elk een eigen aangifte in. Eens men gehuwd is of wettelijk samenwonend, wordt er een gezamenlijke aangifte ingediend. De klassieke vraag is dan: welke situatie geeft ons het meeste voordeel? Makkelijke vraag en gemakkelijk te beantwoorden: we simuleren gewoon de individuele aangiftes en de gezamenlijke en we vergelijken. In de meeste gevallen is er weinig of geen verschil in de aanslagen, maar als er kinderen ten laste zijn, is er wél een verschil merkbaar. Een alleenstaande met kinderlast heeft namelijk een extra ‘belastingvrije som’, waardoor er in de twee aparte aangiftes samen minder belasting betaald zal worden dan in een gezamenlijke. De vraag of trouwen fiscaal interessant is, verkrijgt echter een totaal andere dimensie als we de impact bekijken op de successie.
Huwen of samenwonen
Voor wie feitelijk samenwoont, is er eigenlijk niets geregeld, tenzij er onderling bepaalde dingen overeengekomen zouden zijn (bijvoorbeeld in een samenlevingscontract). Wie gehuwd is kan ‘genieten’ van een heel pakket aan wettelijke regels, waar men eventueel via huwelijkscontract al dan niet voor bepaalde dingen kan kiezen (wettelijk stelsel, scheiding van goederen, gemeenschap van goederen). Wettelijk samenwonenden kiezen een beetje voor de tussenoplossing: zij genieten wat de gezinswoning betreft dezelfde bescherming als gehuwden (men kan de woning niet verkopen, verhuren of met hypotheek bezwaren zonder instemming van de partner) en kennen ook een vermogen in onverdeeldheid (gemeenschappelijke bezittingen). Ook zij kunnen via een samenlevingscontract bepaalde dingen laten vastleggen.


Erfrecht
Bij feitelijk samenwonenden erft niemand van elkaar (tenzij er een testament opgemaakt zou zijn). Wanneer men wettelijk samenwonend is, erft de langstlevende het vruchtgebruik van de gezinswoning (de woning waar het koppel gewoonlijk verblijft) en de aanwezige huisraad. De langstlevende mag er dus blijven wonen (of de woning verhuren), ook al is die woning niet van hem of haar. De erfgenamen hebben de blote eigendom geërfd en moeten het gebruik respecteren. 
Gehuwden erven naast het vruchtgebruik op de gezinswoning ook het vruchtgebruik van de helft van de goederen van de nalatenschap, bovendien hebben ze ook recht op een bepaald erfdeel en zelfs een wettelijke reserve (een deel waar niemand anders aanspraak op kan maken). Wettelijk samenwonenden hebben enkel dat erfrecht op het vruchtgebruik van de gezinswoning, maar kunnen wat dat betreft wel onterft worden, gehuwden niet.


Huwelijksvermogenstelsel
Wie voor het huwelijk kiest, moet weten dat er daar ook nog verschillende opties bestaan wat het vermogen (het geheel van eigendommen en schulden) betreft. Indien er geen keuze gemaakt wordt, valt men automatisch onder het wettelijk stelsel. Dit betekent dat er 3 aparte soorten vermogens ontstaan: het eigen vermogen van de ene partner, dat van de andere partner en het gemeenschappelijk vermogen. 
Naast het wettelijk stelsel bestaat er ook ‘scheiding van goederen’, elke partner behoudt zijn eigen vermogen en eventueel kunnen ze ook eigendommen in onverdeeldheid hebben (elk hebben ze dan een bepaald percentage van een goed), wat in dit geval niet hetzelfde is als een gemeenschappelijk vermogen.
Tenslotte is er ook het stelsel van de algehele gemeenschap (het stelsel van de grote liefde): alles is gemeenschappelijk. 
De keuze voor een stelsel bepaalt natuurlijk wat in welk vermogen terechtkomt en bijgevolg wie wat gaat erven. In nieuw samengestelde gezinnen kan dit wel eens een hoofdbreker worden. Bovendien heeft dit vermogensstelsel ook zijn impact bij een echtscheiding, het gemeenschappelijk vermogen wordt immers verdeeld. Een pijnlijke zaak als u een geërfde woning in het gemeenschappelijk vermogen deed terechtkomen, of als de aandelen van uw vennootschap in het gemeenschappelijk vermogen blijken te zitten…


Speciale oplossingen
Soms is het ook zo dat men bewust kiest voor feitelijk samenwonen (men is nog onzeker, vindt het nog te vroeg voor een volgende stap), of dat er andere redenen zijn waardoor men niet kan wettelijk samenwonen of huwen (men is bijvoorbeeld nog niet gescheiden, woont officieel op een ander adres). In deze gevallen is het vaak toch wenselijk om de (samenwonende) partner op een of andere manier te beschermen. Gelukkig bestaan daar ook bepaalde wettelijke constructies voor.
Middels een ‘beding van aanwas’ zorgt een ongehuwd koppel ervoor dat het deel van de woning dat van de eerst stervende is, bij diens overlijden toekomt aan de langstlevende, terwijl dit anders naar de erfgenamen gaat. Belangrijk om weten is dat dergelijk beding bij notariële akte vastgelegd moet worden en dat er nog eens registratierechten verschuldigd zijn indien dit beding effectief uitwerking heeft.
Ook een testament kan veel oplossen, al moet men er rekening mee houden dat dit altijd gewijzigd kan worden en dat er ook meer erfbelasting betaald moet worden als men een legaat erft van een ‘vreemde’, dan van een partner. Het erven van de gezinswoning is voor wettelijk samenwonenden of gehuwden onbelast. Feitelijk samenwonenden kunnen ook van dit fiscaal regime genieten op voorwaarde dat ze de woning erven bij testament en minstens drie jaar samenwonen, wonen ze minstens één jaar samen, dan geldt er een lager tarief.

 
Bezint eer ge begint
Tot zover enkele basisprincipes, vaak volstaan deze al om te weten welke keuze(s) men moet maken. Bij een successieplanning draait alles om de bezittingen en wie men bij overlijden wenst te beschermen/laten erven. Aan de hand van het beoogde doel wordt een scenario uitgewerkt waarbij de samenlevingsvorm vaak een eerste stap vormt, aangevuld met speciale of creatieve constructies (levenslange huur, schenkingen, keuzebeding, …). Bezint eer ge begint is een goed uitgangspunt, maar wat zeker ook telt is er tijdig werk van maken! Nu goede keuzes maken kan u later wel eens veel belasting besparen.

Deel dit artikel op

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte van onze recentste artikels en nieuwsberichten.
Schrijf u hier in voor het ontvangen van onze nieuwsbrief.

Naam + voornaam

Bedrijfsnaam

E-mailadres

Interesses

Deze website maakt gebruik van cookies. Door verder te surfen stemt u in met het gebruik hiervan.   Meer informatie   Akkoord